Bedrijfswagen: gegeven is gegeven?
mei 19th, 2010Zowel werknemer als werkgever gaan ervan uit dat een toegekend voordeel niet door de werkgever kan worden teruggeschroefd. Wanneer het voordeel voor een bepaalde tijd toegekend wordt of aan voorwaarden wordt gekoppeld, hoeft de werknemer evenwel niet meer in te stemmen met het terugschroeven van het voordeel. De arbeidsrechtbank te Gent illustreert dat aan de hand van het wegvallen van het recht op een bedrijfswagen.
Geen eenzijdige vermindering van loon
Loon en voordelen in natura kunnen in de regel niet eenzijdig door de werkgever worden gewijzigd. De werknemer kan zich tegen een eenzijdige vermindering verzetten door loonachterstallen te vorderen of een compensatie in geld te eisen voor niet langer toegekende voordelen. Een werknemer die elders jobopportuniteiten ziet, zou er zelfs kunnen voor opteren impliciet ontslag in te roepen en een opzeggingvergoeding vorderen. Dat gebrek aan flexibiliteit speelt de werkgever vooral parten in economisch minder bloeiende tijden. Niet alleen een vermindering van het loon in geld maar ook het besparen op zaken als het privégebruik van bedrijfswagens, maaltijdcheques of private telefoonkosten van de werknemer moeten worden onderhandeld en het fiat van de werknemer krijgen.
Wie voorzienend tewerk gaat, kan dergelijk immobilisme vermijden en flexibiliteit inbouwen bij de toekenning van de voordelen zelf.
Het is al gebruikelijk dat te doen bij bonussen, die gekoppeld worden aan de resultaten of waarvoor jaar na jaar opnieuw parameters worden vastgelegd en waarbij de werknemer op geen enkel ogenblik een onbeperkt in de tijd geldend recht op een bonus kan inroepen.
Voordelen met beperkte duurtijd
Minder vaak wordt een dergelijke voorzichtigheid aan de dag gelegd bij de toekenning van andere voordelen. Deze in de tijd beperken of koppelen aan voorwaarden is nochtans evenzeer geldig. De besparing gerealiseerd uit het niet hernieuwen van een aflopend voordeel kan omvangrijk zijn.
Een typevoorbeeld is de bedrijfswagen. Het privégebruik daarvan is een fiscaal interessant loonelement, de besparing die de werknemer realiseert door de bedrijfswagen privé te kunnen gebruiken, is in de regel groter dan de kost voor de werkgever. Een minderheid van de werknemers heeft de wagen ook als werkinstrument nodig. Wanneer de bedrijfswagen wordt toegekend zonder enige beperking in de tijd of koppeling aan bijvoorbeeld het blijven uitoefenen van de functie die aanleiding geeft tot de toekenning, kan het privégebruik later niet zonder akkoord van de werknemer worden stopgezet, zelfs niet indien de functie wijzigt. Meer nog, ook het toekennen van een wagen uit een (aanzienlijk) lagere categorie of het beperken van het aantal privékilometers kan niet eenzijdig, aangezien dat ingrepen zijn die de waarde van het privégebruik, en dus het loon, verminderen.
Dergelijke ingrepen zijn wel mogelijk indien zij voldoende duidelijk bepaald zijn bij de toekenning van de wagen. Het gebruik van een bedrijfswagen kan bijvoorbeeld aan de functie worden gekoppeld, waardoor dat privégebruik automatisch eindigt als de werknemer een andere functie aanvaardt. De grens is dat de werkgever zich geen volledige vrijheid mag verschaffen om het privégebruik naar goeddunken af te schaffen. Een koppeling aan meetbare of objectieve parameters als de functie, of de resultaten van de onderneming is noodzakelijk.
De beste garantie tegen een onomkeerbaar recht op een bedrijfswagen is de toekenning daarvan in de tijd beperken, bijvoorbeeld door die te koppelen aan de looptijd van het leasecontract. In een geval waar het recht op een bedrijfswagen werd gekoppeld aan de duurtijd van de huurperiode in het leasecontract bevestigde de arbeidsrechtbank te Gent recent dat het recht op een bedrijfswagen vervalt na het verstrijken van die periode. De bedrijfswagen moet dan worden ingeleverd zonder dat het niet opnieuw toekennen van een bedrijfswagen een contractuele tekortkoming van de werkgever vormt of voor de werknemer een reden kan zijn om impliciet ontslag in te roepen.
Loonbeleid kan flexibeler zijn dan vaak wordt aangenomen als bij de initiële uitwerking voorwaarden en beperkingen in de tijd worden ingebouwd.
Arbrb. Gent 24 september 2009, AR OO/178885/A, onuitg.
Eva Van Hoorde.